Auteursarchief: Cedric Ryngaert

Cedric Ryngaert

Over Cedric Ryngaert

Cedric Ryngaert (1978) is hoogleraar internationaal recht en programmaleider van de master public international law. Hij studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven (2001), promoveerde aan dezelfde universiteit in 2007 op een proefschrift over rechtsmacht in het volkenrecht, en trad vervolgens in dienst bij de Universiteit Utrecht. Tussen 2010 en 2013 deed hij onderzoek naar niet-statelijke actoren op basis van een NWO-subsidie (VENI). Sinds eind 2013 leidt hij twee onderzoeksprojecten over de unilaterale uitoefening van rechtsmacht, op basis van subsidies van NWO (VIDI) en de European Research Council (ERC Starting Grant). In deze projecten onderzoekt hij in hoeverre staten en regionale organisaties hun eigen wetgeving buiten hun eigen grenzen kunnen toepassen om internationale waarden te verwezenlijken. Hij werkt hieraan met 7 AIO's.

The Polisario Front Judgment of the EU Court of Justice: a Reset of EU-Morocco Trade Relations in the Offing

Credit: Katarina Dzurekova (CC BY)

On 21 December 2016, the Court of Justice of the EU (CJEU) gave its appeals judgment in the politically contentious Polisario Front case. The Court overruled an earlier decision of the General Court (GC, 2015) and decided that the EU-Morocco trade agreement does not apply to the territory of Western Sahara, which is claimed by Morocco as its own (see Sandra Hummelbrunner and Anne-Carlijn Prickartz’s analysis). The Court then went on to dismiss the action for annulment brought against the EU Council decision endorsing the agreement by the Polisario Front, a national liberation movement representing the Saharawi population indigenous to Western Sahara. In so doing, the Court largely followed Advocate General Wathelet’s advisory opinion, at least its first part (see on this Katharine Fortin’s analysis over at the UCall blog). The dismissal of the Polisario Front’s action may appear to be a victory for the EU Council and Morocco. However, in a manner reminiscent of Pyrrhus’s battles with the Romans in the 3rd century BC, it may well turn out to be a loss, and in fact a boon for the Saharawi. Although the CJEU held that the Front did not have standing to dispute the EU Council decision, this determination precisely followed from the Court’s recognition of the people of Western Sahara’s right to self-determination and the attendant exclusion of the territory from the trade agreement. Henceforth, the EU Council and Morocco have no other choice than to exclude products from Western Sahara from their trade agreements. Lees verder

Amerikaans Hooggerechtshof verklaart EU en haar lidstaten niet ontvankelijk in grote witwaszaak

supreme-court-building-1209701_1920In de jaren ’90 smokkelden Colombiaanse en Russische trafficanten drugs naar Europa. Met de opbrengst kochten ze via tussenpersonen grote hoeveelheden sigaretten van het Amerikaanse bedrijf RJR Nabisco. Ze importeerden die vervolgens in Europa. Je zou verwachten dat de Europese Unie en haar lidstaten RJR voor dit witwassen van criminele opbrengsten in Europa zouden vervolgen. Begin 2000 stond het Europees strafrecht echter in zijn kinderschoenen. Centrale afdwinging bestond niet en de coördinatie van strafvervolgingen in Europa liet ernstig te wensen over. Om toch tot een vorm van centrale vervolging van RJR te komen vonden de EU (de Europese Gemeenschap indertijd) en haar lidstaten er niets beters op dan in 2000 als eisers op te treden in een procedure in de Verenigde Staten op basis van de RICO Act (Racketeer Influenced and Corrupt Organizations Act). Die wet was in 1970 aangenomen om de maffia aan te pakken. Hij geeft niet enkel een mandaat aan Amerikaanse autoriteiten om een strafprocedure tegen ‘racketeers’ zoals RJR te starten, maar staat slachtoffers van de activiteiten van racketeers ook toe een civiele claim in te dienen bij Amerikaanse rechtbanken. Een dergelijke procedure is overigens erg aantrekkelijk, aangezien de eiser een drievoudige ‘punitieve’ schadevergoeding kan verkrijgen (treble damages). De EU en haar lidstaten voerden aan dat zij schade hadden geleden door de activiteiten van RJR, met name zouden hun nationale sigarettenindustrieën en de Europese financiële instellingen benadeeld zijn, zouden belastinginkomsten misgelopen zijn door zwarte-marktverkoop van sigaretten, en zouden Europese munten instabiel geworden zijn. Lees verder

Mag de Amerikaanse justitie onze emailgegevens inkijken?

Europese gebruikers van Gmail, Hotmail en MSN zijn voorlopig veilig voor de lange arm van de Amerikaanse wet. Een Amerikaanse rechtbank besliste vorige week (14 juli 2016) dat de Amerikaanse justitie Microsoft niet kan dwingen emailgegevens over te leggen die in een Iers datacentrum waren opgeslagen. De beslissing zou echter zomaar een Pyrrusoverwinning kunnen zijn voor internationaal opererende Internetproviders en gebruikers bezorgd om hun privacy. Niet alleen kan de Amerikaanse justitie nog in beroep gaan bij het Amerikaanse Hooggerechtshof, ook kan het Amerikaanse Congres steeds een andersluidende wet aannemen. De beleidsvraag hierbij is hoe we een efficiënte bestrijding van de transnationale misdaad kunnen verzoenen met adequate gegevensbescherming en respect voor de soevereiniteit van andere landen. Lees verder

Een Europees consumentenlabel voor Israëlische producten uit de bezette gebieden: een maat voor niets?

avocadoVorige week besliste de Europese Commissie dat producten afkomstig van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogte voortaan als zodanig gelabeldmoeten worden. In 2005 had de Europese Unie al beslist hogere invoerrechten te heffen op deze producten. De Commissie is van oordeel dat ze met het labelvereiste uitvoering geeft aan haar internationale verplichting om de bezetting van de Palestijnse gebieden niet te erkennen. Bovendien redeneert ze dat Europese consumenten niet mogen worden misleid over de ware oorsprong van deze ‘Israëlische’ producten. Het valt echter te betwijfelen of het internationaal recht de EU verplicht deze maatregel te nemen. Het is evengoed twijfelachtig of consumenten hun aankoopgedrag werkelijk zullen laten leiden door een ‘bezet gebied’-label, en of deze maatregel dus enige impact zal hebben.

Lees verder

The long arm of EU law: EU animal welfare legislation extended to international road transport

6267369304_9061cb58e4_z

Copyright: Dirk-Jan Kraan

The Court of Justice of the EU has recently rendered an important judgment that will please animal welfare activists, especially those concerned about the welfare of animals outside the EU. Less pleased will be road transporters and foreign nations.

In Zuchtvieh-Export GmbH v Stadt Kempten, Case C-424/13, 23 April 2015, the Court held that the application of an EU Regulation concerning the welfare of animals during transport does not limit itself to road transports within the EU. According to the Court, it also applies to such transports between an EU place of departure and a non-EU place of destination, or vice versa. This means that, in the case, a cattle transport leaving from Kempten in Germany and arriving in Uzbekistan had to comply with EU law also after crossing the external EU border, notably on the territory of the Russian Federation. The exporter will now have to ensure that after 14 hours of travel, a rest period of at least one hour should be organized, during which the animals must be given liquid and if necessary fed. Subsequently, the animals may be transported for a further period of up to 14 hours, at the end of which animals must be unloaded, fed and watered and be rested for at least 24 hours. These rules are far stricter than what the exporter had planned to enter into his journey log: he had planned only two rest periods, one upon crossing the external EU border and another in Kazakhstan. The journey between those points was expected to take 146 hours (entirely in accordance with local legislation). Lees verder