Europa versus Trump: hoe de Europese economische soevereiniteit te beschermen tegen Amerikaanse sancties

Premier Mark Rutte hield op 13 februari 2019 zijn veelgeprezen Churchill-lezing in Zürich. In commentaren ging veel aandacht uit naar het door hem voorgestane musculaire Europese buitenlands en veiligheidsbeleid, in het bijzonder naar zijn voorstel om Europese sanctiebesluiten met gekwalificeerde meerderheid mogelijk te maken. Premier Rutte lijkt daarbij ontzag te hebben voor hoe de Amerikanen het aanpakken, wanneer hij zich afvraagt wat we kunnen leren van de veel grotere impact van Amerikaanse sancties in vergelijking met de Europese. Net zoals de VS zou de EU volgens premier Rutte meer bereidheid moeten tonen om ‘marktmacht te koppelen aan politieke doelstellingen en economische belangen’. Het is echter niet de bedoeling dat Europa hiermee ‘de op regels gebaseerde multilaterale wereldorde’ met voeten gaat treden. Net omdat de VS dat met zijn ‘extraterritoriale’ en internationaal onrechtmatige sanctiebeleid weldoet, dient Europa de nodige maatregelen te nemen om het Europese bedrijfsleven en de Europese economische soevereiniteit tegen de Amerikaanse sancties te beschermen. 

Premier Rutte geeft in zijn speech zelf toe dat dit Amerikaanse extraterritoriale sanctiebeleid niet onproblematisch is: de Amerikaanse sancties gaan volgens hem in tegen de letter en de geest van de afspraken die we hebben gemaakt over vrije wereldhandel. Dat is met name zo omdat die sancties ook niet-Amerikaanse ondernemingen verbieden handel te drijven met landen die op de Amerikaanse sanctielijst staan. De Europese Unie heeft daarom herhaaldelijk gesteld dat Amerikaanse sancties die de handel tussen Europa en derde landen beperken, internationaal onrechtmatig zijn. Dat gebeurde vorig jaar nog, nadat Donald Trump het – ook door de EU gesponsorde – nucleaire akkoord met Iran opzegde en sancties afkondigde die ook de handel tussen EU-ondernemingen en Iran hard treffen. Die Amerikaanse sancties zullen de handel tussen Europa en Iran (exportwaarde 11 miljard dollar in 2017) decimeren, maar nog belangrijker is dat zij mogelijk de opmaat zijn naar Amerikaanse handelssancties tegen veel grotere spelers zoals China en Rusland, met wie Europa veel meer handel drijft. Het zou een economische mokerslag zijn voor Europa indien de VS, op straffe van torenhoge boetes, strafrechtelijke vervolging, of uitsluiting van de Amerikaanse markt, Europese ondernemingen verbiedt om handel te drijven met China (althans in bepaalde economische sectoren). Het is daarom belangrijk dat Europa gelijk haar tanden laat zien tegen de Amerikaanse extraterritoriale sancties. 

De waarheid is dat de EU het afgelopen jaar niet heeft stilgezeten. Nadat Trump de Iran-sancties had afgekondigd, reactiveerde de EU in juni 2018 een ‘blokkeringsverordening’ die als doel heeft de economische belangen van Europese ondernemingen en de handel tussen de EU en derde landen te vrijwaren in de context van ‘extraterritoriale’ sancties uitgevaardigd door bijvoorbeeld de VS. De verordening verbiedt Europese ondernemingen om de Amerikaanse sancties na te leven. Hoewel dit verbod potentieel verstrekkend is, is de realiteit dat het moeilijk te bewijzen valt dat een onderneming zich uit Iran heeft teruggetrokken als gevolg van Amerikaanse sancties. 

Bovendien is een consequente handhaving van het verbod niet vanzelfsprekend, omdat de handhavingsbevoegdheid bij de EU-lidstaten berust. Dat er grote handhavingsverschillen bestaan tussen lidstaten is een understatement. Rutte’s oproep voor meer ‘eenheid en regie’ in het sanctietoezicht is dan ook welkom om een gelijk speelveld te creëren. Meer Europa is hier zeker op zijn plaats. Verder zijn ook zwaardere sancties nodig voor overtreding van het verbod op naleving van Amerikaanse sancties. Nu kiezen veel Europese bedrijven – zelfs bedrijven waarvan EU-lidstaten aandeelhouder zijn – ervoor de Amerikaanse sancties toch na te leven omdat Amerikaanse sancties veel ingrijpender zijn dan de Europese sancties die ze zich op de hals halen bij overtreding van het Europese verbod. 

De onvermijdelijke consequentie van een dergelijk krachtdadig beleid zal evenwel zijn dat het Europese bedrijfsleven vaker uitgesloten zal worden van de lucratieve Amerikaanse markt en dus elders economische kansen zal moeten zoeken. De vraag is of het bedrijfsleven daarvoor klaar is. 

Op 18 april 2019 organiseert de auteur van deze blogpost een RENFORCE-seminar in Utrecht over de Europese blokkeringswetgeving. Zie hier voor het programma. Binnenkort verschijnt van zijn hand ook een langer artikel over dit thema in SEW. Tijdschrift voor Europees en Economisch Recht (2019, nr. 4). 

Dit bericht werd geplaatst in Actoren in de gedeelde rechtsorde, Europese kernwaarden op door .
Cedric Ryngaert

Over Cedric Ryngaert

Cedric Ryngaert (1978) is hoogleraar internationaal recht en programmaleider van de master public international law. Hij studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven (2001), promoveerde aan dezelfde universiteit in 2007 op een proefschrift over rechtsmacht in het volkenrecht, en trad vervolgens in dienst bij de Universiteit Utrecht. Tussen 2010 en 2013 deed hij onderzoek naar niet-statelijke actoren op basis van een NWO-subsidie (VENI). Sinds eind 2013 leidt hij twee onderzoeksprojecten over de unilaterale uitoefening van rechtsmacht, op basis van subsidies van NWO (VIDI) en de European Research Council (ERC Starting Grant). In deze projecten onderzoekt hij in hoeverre staten en regionale organisaties hun eigen wetgeving buiten hun eigen grenzen kunnen toepassen om internationale waarden te verwezenlijken. Hij werkt hieraan met 7 AIO's.