Informatiebubbel geen verkiezingsissue: een gemiste kans

Op 15 maart ga ik – en ik hoop met mij miljoenen andere Nederlanders – naar het stembureau voor de Tweede Kamerverkiezingen. Als toezichthouder op de media kijk ik natuurlijk met speciale belangstelling naar wat de verschillende politieke partijen in hun verkiezingsprogramma zeggen over de onafhankelijkheid, pluriformiteit en toegankelijkheid van het media-aanbod.

Dat zouden alle kiezers trouwens moeten doen. Media zijn immers de pijlers onder onze democratische rechtstaat. Zij bieden ons informatie en helpen bij onze meningsvorming. Daarmee dragen ze in sterke mate bij aan de kwaliteit van onze democratie. Wat de verschillende partijen in hun verkiezingsprogramma over media zeggen, leest u in dit overzicht.

Uiteraard is de visie op het functioneren van media in ons land maar één van de aspecten die meewegen in de keuze op wie iemand zijn stem uitbrengt. Toch maken de ontwikkelingen in veel landen duidelijk dat het een belangrijk aspect is. Het beschermen van vrije en onafhankelijke media verdient daarom passende aandacht van de Tweede Kamer.

Vanzelfsprekendheid

Helaas spreken sommige partijen zich helemaal niet over de media uit en doen andere het onderwerp af met een of enkele alinea’s. Zegt deze beperkte belangstelling iets over de vanzelfsprekendheid dat we al sinds jaar en dag een vrije pers in Nederland hebben? Of is de politiek zich onvoldoende bewust van het belang van media voor het goed functioneren van diezelfde politiek?

Nepnieuws

In de Nederlandse campagnes lijkt het tot nu toe mee te vallen met het inzetten van nepnieuws en ‘alternatieve feiten’. Maar uit het gemak waarmee dat om ons heen steeds vaker gebeurt – en niet alleen vanuit populistische hoek – blijkt een afnemend respect voor de media. Dit vormt een acute bedreiging voor de kernfunctie die de media vervullen in onze democratie. Daar komt nog bij dat we, met dank aan de technologische vooruitgang, steeds meer in onze eigen informatiebubbel leven. Slechts in een enkel verkiezingsprogramma wordt hiernaar gehint.

Informatiebubbel

Wat een informatiebubbel is, legt Twan Akkers mooi uit op het duurzame kennisplatform Ensie. Doordat we ons steeds vaker alleen nog online informeren, komen we door een combinatie van surfgedrag en gepersonaliseerde diensten als Google en Facebook in een persoonlijke, afgeschermde ‘bubbel’ terecht. We consumeren alleen nog informatie en opvattingen die bij ons passen. Andere, niet bij onze persoon ‘passende’ bronnen krijgen we niet meer aangeboden. En al surfend stuiten we ook niet zo makkelijk meer op onverwachte, bruikbare informatie die kan leiden tot nieuwe inzichten.

Gemiste kans

Het effect van die informatiebubbel wordt nu ook bevestigd door een grootschalig onderzoek in Italië. Omdat de informatiebubbel mede wordt gezien als één van de oorzaken van de spectaculaire uitslagen van het Brexit-referendum in het Verenigd Koninkrijk en de Amerikaanse presidentsverkiezingen, zouden politieke partijen voor dit onderwerp volop aandacht moeten hebben. Maar dat valt tegen. Geen enkele partij heeft de informatiebubbel tot een verkiezingsissue verheven. Dat vind ik een gemiste kans.

Overwogen keuzes

Ik zou in deze verkiezingstijd een stevige inhoudelijke discussie toejuichen over de toegankelijkheid van nieuwe mediavormen en de gevolgen daarvan voor de opinievorming in de samenleving en daarmee voor toekomstig beleid. Wat is bijvoorbeeld nodig om mensen uit hun informatie-isolement te laten breken en de toegankelijkheid en ook de pluriformiteit van nieuwe mediavormen te garanderen? Dat is van levensbelang voor onze democratie. Wie in staat is uit zijn bubbel te breken en kennis neemt van een breed scala aan feiten en opvattingen, kan overwogen keuzes maken.

Schaarste

Als Commissariaat zien we toe op de naleving van de Mediawet, die is opgesteld in een tijd van mediaschaarste. Van het tegenovergestelde is nu sprake. Het informatieaanbod is schier oneindig geworden. Dat is een fantastische ontwikkeling en levert ons maatschappelijke vooruitgang, maar we moeten er ook de weg in kunnen vinden. Nieuwe internettechnologie zou ons daarmee moeten helpen. Maar wat zien we gebeuren? Filters in de vorm van algoritmen zijn inmiddels zó effectief dat ze ons perspectief juist vernauwen. Ons surfgedrag kan nauwkeurig worden gevolgd, cookies kunnen worden geplaatst en Google en Facebook zijn in staat gepersonaliseerde informatie op ieders scherm te toveren. Met andere woorden, er dreigt een nieuwe vorm van schaarste te ontstaan. Schaarste aan verrassende nieuwe inzichten die ons aan het denken zetten.

Bewustwording

Is het nodig om deze ontwikkelingen met overheidsregulering te bestrijden? Ik vraag het me af. Natuurlijk kun je als overheid waarborgen inbouwen. Maar je moet vooral aan de slag met bewustwording, bij volwassenen en jongeren. Ook geloof ik in het zelfreinigend vermogen. Stimuleer marktpartijen met voor hen commercieel aantrekkelijke proposities te komen, die gebruikers helpen uit hun informatiebubbel te breken. Als we door middel van consumentenvoorlichting de vraag stimuleren dan kunnen internetdiensten die verrassende alternatieven bieden, een concurrentievoordeel krijgen ten opzichte van diensten die dat niet doen.

Vertrouwen

Dat geldt zeker ook voor internetdiensten die de juistheid van hun berichtgeving kunnen garanderen en die zich specifiek richten op het controleren van informatie. Nepnieuws en ‘alternatieve feiten’ maken het voor burgers steeds moeilijker te bepalen wat ze nog kunnen geloven. Dat ondermijnt het vertrouwen in politici en in de media. Het vertrouwen in zowel de media als de politici kwam al te voet en ging al te paard.

Factchecks

Positief zijn de eerste initiatieven om mensen uit hun informatiebubbel te laten breken. En om de feiten in publicaties en in uitlatingen van politici te checken. Zo lanceerde de NOS een week voor de verkiezingen #VoorHetKiezen. Of neem de rubrieken met factchecks in sommige media, soms zelfs live tijdens de verkiezingsdebatten. Een ander mooi voorbeeld van zelfreinigend vermogen vind ik het International Fact-Checking Network van het Poynter Institute in de Verenigde Staten. Daar kun je je aanmelden als factchecker voor Facebookberichten. Dergelijke diensten onderscheiden zich en bieden als baken van betrouwbaarheid een goed alternatief.

Zelfreflectie

Onlangs vertelde iemand mij dat hij na het lezen van een artikel in het NRC over mensen die probeerden uit hun informatiebubbel te breken, niet langer het geluid van de radio of tv uitzet als mensen aan het woord komen met wie hij het niet eens is. Zo’n ervaring sterkt mij in de overtuiging dat aandacht voor het onderwerp aanzet tot zelfreflectie en het bewust worden van je eigen luchtbel.

Waarborgen

In de verkiezingsprogramma’s had ik dus graag gelezen hoe belangrijk politieke partijen thema’s als informatiebubbels en nepnieuws vinden. Ik had ook graag gezien dat partijen hierover in debat zouden gaan. Met elkaar en met kiezers. Helaas is dat niet gebeurd. Hopelijk wordt tijdens de formatie van het nieuwe kabinet wel nadrukkelijk gesproken over de manier waarop we in het huidige digitale tijdperk de onafhankelijkheid, pluriformiteit en toegankelijkheid van het media-aanbod willen waarborgen. Want dat dat tijdens de komende kabinetsperiode voor de volle honderd procent de aandacht verdient, is een ding dat zeker is.

Dit bericht verscheen eerder op de website van het Commissariaat voor de Media.