Rem tegen EU-bevoegdheidsoverdracht: drie bezwaren tegen het SGP-plan

Copyright: Tristan Sprarks

De SGP wil de EU beter in de teugels houden. Daarom vindt de partij dat belangrijke wijzigingen van de EU-verdragen in het vervolg alleen met een 2/3 meerderheid in beide kamers van onze Staten-Generaal aangenomen kunnen worden. Het gaat de SGP vooral om verdragen waarin nieuwe bevoegdheden aan de EU worden overgedragen (maar bijvoorbeeld ook de toetreding van nieuwe lidstaten). Of het nodig is om de EU meer in de teugels te houden is vooral een politieke vraag. Echter, ook – en zelfs: juist – als het antwoord op die vraag “ja” is, dan is het plan van de SGP om drie redenen een slecht idee.

Ter illustratie kijken we naar wat in de afgelopen jaren zonder meer het meest ambitieuze project van de EU is geweest: de Europese bankenunie. Voorheen hadden banken en andere financiële instellingen veel vrijheid en waren het vooral de EU-lidstaten die zelfstandig controle op de sector uitoefenden. Veel meer dan coördinatie bestond er niet op Europees niveau. Binnen een paar jaar is er een compleet systeem opgezet van strakke Europese regels, is de Europese Centrale Bank (ECB) de centrale toezichthouder geworden en is er een Europees reddingsmechanisme gecreëerd voor als het toch mis gaat.

Dit voorbeeld laat de bezwaren tegen het plan van de SGP duidelijk zien. Het eerste probleem is de focus van het plan. De bankenunie was het meest ambitieuze EU-project van de afgelopen jaren en toch heeft het goeddeels zonder aanpassingen van de Verdragen het licht kunnen zien. Een groot deel ervan is immers gewoon binnen de bestaande bevoegdheden – en dus de bestaande Verdragen – tot stand gekomen. De nieuwe regels en ook het toezicht door de ECB konden namelijk worden aangenomen op grond van de bevoegdheid van de EU om de interne markt tot stand te brengen. Het gaat immers om het vrij verkeer van (financiële) diensten en kapitaal. Dat niet zozeer het vrij verkeer, maar vooral de stabiliteit van de financiële sector het grootste punt van zorg was, is minder relevant. We stuiten hier echter wel op een bevoegdheidsprobleem dat is veroorzaakt door het Europese Hof van Justitie. Het Hof heeft namelijk bepaald dat Europese bevoegdheden mogen worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor ze zijn opgesteld, zolang er maar wel een positief (neven-) effect is op het bereiken van de primaire doelen. Daarmee heeft het Hof de deur open gezet voor de Europese wetgever om EU bevoegdheden buitengewoon flexibel te gebruiken. Dat is in federale systemen vaak anders, waar normaliter de eis geldt dat het primaire doel van een wet bepaalt of een specifieke bevoegdheid daarvoor mag worden gebruikt.

Wie bezorgd is over sluipende machtsuitbreiding van de Europese Unie kan dus beter kijken hoe de bestaande bevoegdheden worden gebruikt. De Kamers hebben al mogelijkheden om kritisch te zijn op oneigenlijk gebruik van bevoegdheden door de EU wetgever. Ook meer structurele oplossingen zijn mogelijk. Waarom niet aansturen op een wijziging van de Verdragen en vastleggen dat EU bevoegdheden moeten worden uitgelegd in het licht van de primaire doelen van EU optreden? Dat zou het Hof dwingen om op zijn flexibele benadering terug te komen. En de EU wetgever zou zorgvuldiger met zijn bevoegdheden om moeten gaan.

Het tweede probleem van het SGP-plan is het risico dat de lidstaten wijziging van de basisverdragen eenvoudigweg zullen omzeilen. Verdragswijziging is immers steeds lastiger geworden vanwege de steeds complexere ratificatieprocessen in de lidstaten. Omzeiling gebeurt nu al: het noodfonds ESM is via een apart verdrag tot stand gekomen, het Stabiliteitsverdrag met regels over economisch beleid van de lidstaten ook, en recent is daar nog het noodfonds voor banken bij gekomen. Allemaal buiten het kader van de EU-verdragen om. Het risico van omzeiling wordt alleen maar groter door het plan van de SGP. Bovendien wordt de EU er ondoorzichtiger door, omdat de basisverdragen steeds minder het overkoepelende kader van de Europese samenwerking vormen.

Dan het derde bezwaar. Europese bevoegdheden zijn door de geschiedenis van de Europese Unie heen flexibel geweest. Dat wordt nu als een bezwaar gezien, maar feit is dat de lidstaten van de EU die flexibiliteit altijd hebben gewild en er actief aan hebben bijdragen. Na elke verdragswijziging zijn er nieuwe bevoegdheden voor de EU bijgekomen en nooit zijn er oude bevoegdheden terug naar de lidstaten gegaan. Dat komt omdat abstracte discussies over EU bevoegdheden elke dag een concreet gezicht krijgen door de uitdagingen waarvoor de EU staat. Weer is de bankenunie een goede illustratie. Na de bankencrisis in 2008 ontstond brede consensus tussen de lidstaten dat de EU moest optreden om erger te voorkomen. Het idee van een EU die vanwege ontbrekende bevoegdheden niet zou kunnen optreden was simpelweg onbestaanbaar. Grote delen van de bankenunie werden daarom op de interne markt gebaseerd en waar zelfs dat niet mogelijk leek, werd een afzonderlijk verdrag opgesteld om een bankennoodfonds op te richten.

Ageren tegen EU- bevoegdheidsuitbreiding is dus makkelijker in abstracto dan in concreto. Natuurlijk is het legitiem om bepaalde bevoegdheden nationaal te willen houden. Maar bij dit voorstel hoort dan ook de legitieme vraag hoeveel verlies aan flexibiliteit en handelingsvermogen voor de EU men daarvoor als prijs wil accepteren. Juist ook omdat bevoegdheidsoverdracht in andere EU lidstaten evenzeer steeds meer aan banden wordt gelegd.

Omdat het voorstel al zo’n lange geschiedenis kent, is het zeker voor de SGP jammer dat de Senaat het debat erover geparkeerd heeft. De pas ingestelde Staatscommissie Bezinning Parlementair stelsel moet ook dit onderwerp meenemen. De SGP, een sterk voorstander van de representatieve democratie, heeft met het voorstel natuurlijk ook op het oog om een alternatief te bieden voor het ‘referendumspook’ dat door Europa waart. In dat licht is het te hopen dat ‘Europa’ in het werk van de Staatscommissie de plek krijgt die het verdient en er ruimte wordt geboden aan alternatieven voor het SGP-plan.

Lees meer: http://www.uitgeverijparis.nl/reader_login/194529/1001170105